Arbeidsongeschiktheidspensioen

Als een werknemer ziek wordt, heeft hij of zij twee jaar lang recht op doorbetaling van het loon door de werkgever. Als werkgever bent u verplicht om minimaal 70% van het loon door te betalen. Na die twee jaar komt de werknemer in aanmerking voor een WAO- of WIA-uitkering. Krijgt de werknemer een WIA-uitkering, heeft hij geen recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen van dit pensioenfonds. Krijgt de werknemer een WAO-uitkering, dan krijgt hij alleen een uitkering van het arbeidsongeschiktheidspensioen als hij meer dan het minimumloon verdiende.

Wat is arbeidsongeschiktheidspensioen?

De WAO kent twee soorten uitkeringen: de loondervings- en de vervolguitkering. De loondervingsuitkering wordt maar beperkte tijd verstrekt. De vervolguitkering is in vergelijking met de loondervingsuitkering lager. Het verschil tussen beide uitkeringen wordt het WAO-gat genoemd. Het arbeidsongeschiktheidspensioen repareert het WAO-gat voor iedereen die na 25 januari 1993 arbeidsongeschikt is geworden en een WAO-uitkering ontvangt.

Voor wie?

De regeling geldt voor iedereen die op de eerste WAO-dag deelnemer is in het pensioenfonds. Verdiende uw werknemer minder dan het minimumloon voordat hij of zij arbeidsongeschikt werd? Dan heeft uw werknemer in principe niet te maken met een WAO-gat. Uw werknemer heeft dan ook geen recht op arbeidsongeschiktheidspensioen. 

Hoogte

De hoogte van het arbeidsongeschiktheidspensioen is afhankelijk van het percentage dat uw werknemer arbeidsongeschikt is. Dit percentage wordt bepaald door de instantie die de WAO uitvoert (UWV). Het arbeidsongeschiktheidspensioen wordt uitbetaald zolang uw werknemer recht heeft op een WAO-uitkering (dus uiterlijk totdat uw werknemer 65 jaar is). 

 
print print icon